Mijn volgers op Instagram (@ellenybalder) hadden het al gezien: ik heb een nieuwe poffertjespan. “Zóóó blij met mijn nieuwe aanwinst! Als kerstpakket kregen we een cadeaukaart en daar heb ik deze poffertjespan voor uitgezocht. Ik heb jaaaaaren een holle, aluminium poffertjespan gehad, maar die kon ik -sinds onze verhuizing in 2010- niet gebruiken omdat ik niet op gas kook. deze gietijzeren poffertjespan kan wel op onze keramische plaat. Nu eerst het gietijzer goed inbranden voor ik ‘m kan gebruiken. En ik denk dat we dan vanaf zaterdag regelmatig poffertjes eten. Nu al trek in!!! #poffertjes #kerstpakket #cadeautje #blijmee #nualtrekin”
Zo’n nieuwe gietijzeren pan moet je wel eerst even inbranden voor je ‘m gaat gebruiken. Dus heb ik mijn pan met een doek ingesmeerd met een dun laagje zonnebloemolie (denk eraan: dit kan niet met olijfolie!), in de oven op 250 graden gezet en lekker laten walmen. Uit de oven, afkoelen, opnieuw invetten en opnieuw in de oven. En dat acht keer. Mijn pan doet inmiddels niet meer onder voor een bakplaat uit een Oud-Hollandsche poffertjeskraam. En nu is ‘ie klaar voor gebruik. Ik op zoek naar een recept voor het beslag. Er bestaan blijkbaar twee stromingen qua recepten: de ik-wil-nú-poffertjes-variant met bakpoeder en de neem-de-tijd-zo-deed-oma-het-vroeger-ook-altijd-manier met gist en een uur rijs-tijd. Ik koos voor die laatste.
De meeste recepten gebruiken 400 ml melk en 300 gram meel, maar verschillen in of je wel of niet voor een deel boekweitmeel gebruikt, of je wel of niet suiker of stroop toevoegt en hoeveel dan (1 theelepel tot 2 eetlepels). En of je één of twee eieren toevoegt en of je er dan nog gesmolten boter door roert, of niet.
Ik heb heb uiteindelijk voor het recept mét gist, mét boekweitmeel, mét suiker, en mét gesmolten boter gekozen. De eerste batch die ik maakte mislukte grandioos. Uiteraard. De eerste pannenkoek mislukt ook altijd, toch? Maar, de aanhouder wint: ik heb de kookplaat wat lager gezet. Dat ging al beter. Toen ging Edwin zich er mee bemoeien. Hij bakt hier thuis altijd de pannenkoeken, dus hij weet er wel wat van. Hij wierp één blik op mijn beslag en zei meteen: volgens mij moet je er meer melk bij doen. Ik wierp tegen dat echt álle recepten die ik had gevonden met 400 ml melk op 300 gram bloem waren, maar hij hield vol. En dus hebben we het geprobeerd: een klein deel van het beslag wat aangelengd met extra melk. En dat ging als een tierelier. Niet alleen liet het beslag zich veel makkelijker uit de spuitfles gieten, het verdeelde zich ook veel mooier over de holte. En zowel Edwin als de kinderen vonden déze poffertjes (met het verdunde beslag) lekkerder dan die van het dikkere beslag. Dus hebben we de rest van het beslag ook verdund, met 200 ml extra melk. Wat ons betreft heeft Edwin eigenhandig het Oud-Hollandsche poffertjesbeslag-recept verbeterd…

Ingrediënten (voor ongeveer 100 poffertjes)
150 gram bloem
150 gram boekweitmeel
1 zakje gedroogde gist (7 gram)
2 theelepels suiker
1/2 theelepel zout
2 eieren
400 + 200 ml volle melk
40 gram boter
zonnebloemolie of boter (om in te bakken)
roomboter + poedersuiker

Bereiding
Verwarm 400 ml melk even in de magnetron tot die lauwwarm is. Smelt de boter in de magnetron. Let op: laat zowel de melk als de boter niet te heet worden: daar kan de gist niet tegen.

Doe de bloem, het boekweitmeel met de suiker en het zout in een mengkom en roer goed door elkaar. Roer vervolgens de gist er door.

Voeg de eieren en 200 ml van de lauw-warme melk erdoor en klop het met een garde of mixer tot een glad mengsel, zonder klontjes. Voeg beetje-bij-beetje de rest van de lauw-warme melk toe en blijf kloppen tot je een mooi egaal, maar vrij dik beslag hebt. Roer de gesmolten boter er door.

Leg een schone theedoek over de beslagkom en zet het beslag op een warme plek. Ikzelf heb de beslagkom in een kastje boven mijn aanrecht gezet, waar één van de aanrechtlampen onder zit. Die plek is lekker warm, maar wordt niet te heet. Laat het beslag een uur rijzen.

Het beslag neemt flink toe in volume. Roer het beslag kort door en roer dan de overige 200 ml (koude) melk erdoor.

Verwarm de poffertjespan op een half-hoog vuur en vet de kuiltjes met een kwastje in met wat gesmolten boter of zonnebloemolie. Zelf vond ik zonnebloemolie prettiger bakken, maar probeer maar wat jíj fijner vindt.

Vul de kuiltjes met beslag. Het makkelijkst gaat het met een spuitfles. Bak de poffertjes tot de bovenkant bíjna gestold en er “bubbels” in zitten. Keer de poffertjes dan met een vork om. Als de andere kant bruin is, haal de poffertjes dan uit de pan en leg ze op een bord. Vet de kuiltjes opnieuw in voor je er nieuw beslag in doet.

Als je steeds moet wachten tot je de poffertjes om kunt draaien, zet dan de kookplaat wat hoger. Als je poffertjes al verbranden voor jij klaar bent met het vullen van de kuiltjes, zet ‘m dan wat lager. Na een paar rondjes kom je wel in een lekker ritme. De binnenste ring kuiltjes is heter dan de buitenste ring, dus in de tijd dat ik in de buitenste ring één portie had gebakken, had ik in de binnenste ring twee porties gebakken.

Serveer de poffertjes warm met een klontje boter en poeder suiker.

Eet smakelijk!

 

Misschien vind je dit ook lekker?

Sint Pannekoek

Griesmeeltoetje met abrikozen

Broodpudding van croissants met karamelsaus

Oliebollen

Stoofpeertoetje